Het concept van God in het Hindoeïsme - Compare-Islam

UW BELANGRIJKSTE VRAGEN BEANTWOORD
Ga naar de inhoud

Het concept van God in het Hindoeïsme

Hindoeïsme
Vertaal deze website in elk gewenste taal door onderstaande knop te klikken en een specifieke taal te kiezen.

Translate this website into any language by clicking the underneath button and choose a specific language you want to translate this website into (*Engels = English).





HET CONCEPT VAN GOD IN HET HINDOEïSME




Zoals we hebben gezien zijn de veda’s de geschriften met de hoogste autoriteit binnen het Hindoeïsme. We kennen vier Veda's in het Hindoeïsme:

1. Rig Veda
2. Sama Veda
3. Yajur veda
4. Atharva Veda

Als we kijken naar de eigenschappen van God zoals deze in de Veda's worden genoemd zien we het volgende staan:

a.   Yajurveda, hoofdstuk 32, Vers 3
"na tasya pratima asti" "Er is geen beeltenis van Hem"
Verder zegt het "Hij is niet verwekt, Hij is de enige die het waard is om aanbeden te worden"
"Er is geen beeltenis van Hem, wiens glorie groot is. Hij beheert als Enige alle overduidelijke objecten zoals de zon etc. moge hij me niet schade, dit is mijn gebed. Daar Hij de ongeborene is, verdient Hij onze aanbidding".
(De Yajurveda door Devi Chand M.A. pagina 377).

b.   Yajurveda, Hoofdstuk 40, Vers 8
Er wordt vermeldt in Yajurved, Hoofdstuk 40, Vers 8 "Hij is zonder lichaam en puur"
"Hij is de Vormloze, onaangetaste, zondeloze, de pure welke het kwaad niet heeft doordrongen".
Vooruitziend Wijs, Alles Omvattend, de Zelfbestaande heeft voorgeschreven doelen als gepaste fatsoen tot in de eeuwigheid.
(Yajurveda Samhita door Ralph I.H. Griffith pagina 538).

c.   Yajurveda, Hoofdstuk 40, Vers 9
"Andhatma pravishanti ye asambhuti mupaste"
"Zij gaan de duisternis binnen, degene die de natuurelementen aanbidden:" Bijvoorbeeld, lucht, water, vuur etc. Vervolgens zegt het vers: "Zij zinken dieper in de duisternis, degene die het gecreëerde (Sambhuti) aanbidden". Sambhuti betekent gecreëerde dingen, bijvoorbeeld een tafel, stoel, standbeeld, etc.
"Diep in de schaduw van duistere verblinding vallen de Sambhuti aanbidders. Nog dieper in de duisternis zinken degene die nog steeds van plan zijn om Sambhuti te aan bidden".  
(Yajurveda Samhita door Ralph T.H. Griffith pagina 538).
d.  Atharvaveda, Boek 20, Hymn (Hoofdstuk) 58, Vers 3
"Dev maha osi" - "God is waarlijk groot"

e. Rigveda
De oudste en meest heilige boek van alle Vedas is de Rig Veda.
Rigveda, Boek Nr.1, Hymn Nr. 164, Vers 46
"(Wijze Priesters) roepen één God bij vele namen."

f.  Rigveda, Boek 2, Hymn 1
De Rivegda geeft minstens 33 verschillende attributen aan God de Almachtige. Veel van deze staan vermeld in Rigveda, Boek 2 hymn 1.
Brahma - Rigveda Boek 2, Hymn 1, Vers 3
Onder de vele attributen van God, is een van de mooie attributen die staat vermeld in het Rigveda Boek 2 hymn 1, vers 3, "Brahma". Brahma betekent: ‘De Schepper’’.
De omschrijving van God, de Almachtige, in Antropomorfistische termen (voorstelling van God in menselijke vormen, met menselijke opvattingen, hartstochten enz.) gaat in tegen het volgende vers uit de Yajurveda" "Natasya Pratima asti" - "Er is geen beeld van Hem".

Vishnu - Sustainer - Rabb: Rigveda, Boek II, Hymn 1, Vers 3
Zo staan er verscheidene attributen van God in, zoals in de Rigveda, Boek 2, hymn 1, vers 3, Vishnu. Vishnu betekent: ‘De Onderhouder, Voorziener’. Als we kijken naar het beeld wat de hedendaagse aanhangers van het Hindoeïsme als interpretatie hebben genomen van Vishnu.
Een God die vier armen heeft, met in een van de rechter armen de Chakra (een discus) en in een van de linker armen houdt hij een weer iets anders, of hij berijdt een vogel of hij leunt achterover op een slangen bank. Zoals als eerder is vermeld gaat het in tegen Svetasvatara Upanishad hoofdstuk 4 vers 19 "Na tasya pratima asti" - "Er is geen gelijkenis van Hem" en Yajurveda" "Natasya Pratima asti" - "Er is geen beeld van Hem".
g.  Rigveda, Boek 8, Hymn 1, Vers 1  
"Ma Chidanyadia Shansata" – "Aanbidt niemand behalve Hem, de Goddelijke. Prijst Hem alleen."

"Ma cid anyad vi sansata sakhayo ma rishanyata in dram it stota vrishanam saca sute muhaur uktha ca sansata".
"O vrienden, aanbidt niemand behalve Hem, de Goddelijke. Prijst Hem alleen. Laat verdriet u niet verstrooien. Aanbidt Hem alleen, de Stralende, de Overlader van voordelen. Gedurende de (geestelijke) zelfontplooiing, spreek herhaaldelijk de lofprijzingen uit in als Ereteken".
(Rigveda Samhiti, Volume IX, pagina 1 en 2 door Swami Satyaprakash Sarasvati en Satyakam Vidhya Lankar).

h. Rigveda, Boek 5, Hymn 81, Vers 1  
"Waarlijk, groot is de glorie van de Goddelijke Schepper."
(Rigveda Samhiti, Volume 6, pagina 1802 en 1803 door Swami Satya Prakash Saraswati en Satyakam Vidhyalanka).

i. Rigveda, Boek 3, Hymn 34, Vers 1
"De overvloedige gever"
(Hymns of Rigveda, Volume 2, pagina 377, by Ralph T.H. Griffith)
Rigveda, Boek No VI, Hymn 45, Vers 16
Rigveda, Boek VI, Hymn 45, Vers 16
"Ya eka ittamushtuhi"
"Prijs HEM ALLEEN de niet te evenaren de Enige"  
(Hymns of Rigveda by Ralph T.H. Griffith pagina 648).
8.   Brahma Sutra of Hindu Vedanta
"Ekam Brahm, dvitiya naste nen na naste kinchan"
"Bhagwan ek hi hai dusara nahi hai, nahi hain nahi hai zara bhi nahi hai."
"Er is alleen één God, niet een tweede, helemaal niet; helemaal niet; niet tot in het laatste beetje".

Op basis van de Vedas zien we dus een concept van God die spreekt van één God waarvan er geen beeld bestaat. Niemand heeft God gezien en niemand kan Hem dus een vorm of gestalte geven. Een ieder die wel een vorm of gestalte aan God geeft gaat direct in tegen de verzen van de Vedas en heeft dus een vorm of gestalte verzonnen. Geen enkel boek in het Hindoeïsme zegt dat iemand ooit God heeft gezien in een vorm of gestalte.
Wat houdt dit concreet in? Dit houdt in dat een ieder die God aanbidt via een gestalte, beeld of vorm iets aanbidt wat geen basis kent vanuit de belangrijkste geschriften met de hoogste autoriteit (zeggenschap) binnen het Hindoeïsme.

Laten we de goden concreet benoemen: Shiva, Bharma, Vishnu, Ghanesh, Krishna, Boeddha, Varana, Ram(a), Durga Mata, Surya, Agni (het offervuur), Indra (oorlogsgod), Surya en Soma (zon en maan), Vayu (wind), Mitra (oceaan en eed), Rudra (woeste god), Yama (heer van het dodenrijk), Lakshmi etc. die allemaal worden weergegeven als een beeld, vorm, foto of gestalte zijn allemaal verzonnen goden aangezien de Vedas niet geloven in meerdere goden (met daarbij ook nog een visualisatie).

BHAGAVAD GITA
Het meest populaire tussen alle Hindoe geschriften is de Bhagavad Gita. Als we een kijkje nemen in de Bhagavad Gita zien we het volgende staan:
"Vanwege uiteenlopende verlangens geven zij die verstoken zijn van kennis zich over aan de halfgoden en hun overeenkomstige regelingen, ze volgen naar gelang hun eigen aard." [Bhagavad Gita 7:20]
De Gita zegt dat de mensen die materialistisch zijn de halfgoden aanbidden (de ‘goden’ naast de Echte God).

UPANISHADS
Als we een kijkje nemen naar de UPANISHADS:
De Upanishads worden als heilige geschriften gezien door de Hindoes. De volgende verzen van de Upanishads refereren naar het Concept van God:

"Ekam evadvitiyam"
Hij is Een alleen, zonder een tweede"
[Chandogya Upanishad 6:2:1]1

ii. "Na casya kascij janita na cadhipah."
"Van Hem zijn er noch ouders noch heer."
[Svetasvatara Upanishad 6:9]2

iii. "Na tasya pratima asti"
"Er is geen gelijkenis van Hem"
[Svetasvatara Upanishad 4:19]3

iv. Het volgende vers van de Upanishad laat zien dat de mens niet in staat is om een inbeelding te maken van God in een bepaalde vorm.
"Na samdrse tisthati rupam asya, na caksusa pasyati kas canainam."
"Zijn vorm is niet te zien; niemand ziet Hem met het oog."
[Svetasvatara Upanishad 4:20]4

Dus als men een vorm geeft aan God op enige manier die waarneembaar is, gaat het tegen al het bovenstaande in. God is niet te zien, er is geen gelijkenis van Hem, Hij is de Enige, prijs Hem alleen, aanbidt niemand behalve Hem, Hij is de Almachtige, De Schepper, De Voorziener, De Onderhouder, De Niet-Gecreëerde.
YouTube
In de Koran wordt een belangrijke vraag gesteld welke in lijn is met de Vedische visie van God welke hier toepasselijk is:

Koran 37:95 Hij zei: "Aanbidt u hetgeen u zelf uitgehouwen heeft?
Koran 37:96 Terwijl Allah u en uw handwerk heeft geschapen?"

Bekijk de onderstaande video's. We zien hierin hoe men zelf de beelden uithouwen, verven, in elkaar zetten waarna het vervolgens in een winkel ter verkoop wordt geplaatst. Iemand koopt uiteindelijke een god (een beeld) en men aanbidt deze alsof het God echt is. Wanneer men genoeg heeft van de beeld/god of deze is toe aan vervanging wordt deze weggegooid en het circel begint van vooraf aan. Hoe kan men een beeld dat men zelf heeft gemaakt, aanroepen om hulp terwijl deze niets hoort en kan doen?

We zullen de verzen van de Veda's nog verder uitdiepen, gericht op het concept van God. Zoals we hebben gelezen zijn de Veda's de boeken uit het Hindoeïsme welke de hoogste autoriteit genieten. Kortom, de Vedas zijn de belangrijkste geschriften binnen het Hindoeïsme. Dit houdt in dat het concept van God, zoals deze in de Vedas beschreven staan, leidend zijn. Alle andere geschriften zouden de Vedas niet mogen tegenspreken hierin en dienen verworpen te worden indien deze dat wel doen. Laten we voorbeeld aanhalen om dit te verduidelijken. Stel dat de Vedas zegt dat God geen beeltenis heeft, dan kan geen ander boek zeggen dat God een menselijke gedaan heeft. Dit is dan een duidelijke tegenspraak met de Vedas en zou het boek dat beweert dat God wel een beeltenis heeft, verworpen moeten worden. Laten we kijken wat de geleerden van de Vedas zeggen over de hedendaagse Hindoeïstische concept van God:

1
Monotheïsme – Eénheid van God

1. Het aanbidden van 1 God
De Vedische religie geeft en stemt polytheïsme (het geloven in meerdere goden) niet toe. Het monotheïsme is het as waaromheen de filosofie van de heilige Vedas  draait. God is 1, en niet velen. Er is niemand gelijk aan Hem. Degene die gelooft in het bestaan van meerdere goden, is misleid en misleid de mens, welke in het duisternis van onwetendheid tast. Er zijn geen goden behalve 1 God, welke de Heer der heren is. De Vedas schrijft voor dat de mens zou moeten bidden tot 1 God die geen gelijke, geen partner en geen vertegenwoordiger heeft.

Het aanbidden van de mens door de mens wordt gezien als Godlastering op basis van de Vedas. Degene die zichzelf tot god verklaart en zichzelf laat aanbidden door zijn medegenoten, is de grootste oplichter en zondaar. Verering past en behoort niemand toe dan de goddelijke voorzienigheid, welke de voorziener van rijkdom, wijsheid, geluk en goedgunstigheid is.


God is enkelvoudig, alleen zijn namen zijn veelvuldig.


God is enkelvoudig, enkel zijn namen zijn veelvuldig. Hij is 1 en niet velen. De Heilige Vedas geven niet toe aan en keuren het meer dan één zijn van god af. Vele verdwaalde mensen geloven in de afzonderlijke bestaan van goden en godinnen, welke volgens de Heilige Vedas helemaal niet bestaan. De Schepper van het Cosmos is één, welke over het algemeen bekend is als God. Zijn persoonlijke naam (voornaam) is Om. Hij heeft geen mediums, vertegenwoordigers, geen incarnaties en geen partners. Hij wordt genoemd en aanbeden met verschillende andere namen welke in de Vedas geschreven staan. Sommige half-geleerde mannen, vanwege een gebrek aan echte kennis, hebben deze namen toegeschreven aan Devas (een godheid), goden en godinnen dan deze aan God toe te schrijven. Zij hebben de fout begaan om vormen, karaktereigenschappen en wapens  toe te wijzen aan zulke goden en godinnen. De fouten werden vermeerderd en vergroot door de verdwaalde mannen van weinig kennis, welke later irrationele mythes en legendes toegeschreven aan deze goden. Sommige onverstandige personen gingen tot het uiterste om dierlijke organen (zoals staarten, snuiten) te verstrekken aan de zogenaamde goden. Dus werden hun goden half-mens en half beest qua lichaam. Al deze zooi van Godlastering is gebracht door pseudo-geleerden, welke een gebrek hadden aan echte kennis van Sanskriet en de Vedische betekenis welke staat voor God, misvatten.
         De betekenis welke geschreven staan in de Heilige Vedas, indien correct geïnterpreteerd, onthullen dat er geen afzonderlijke goden en godinnen bestaan.



De hieronder benoemde mantra van de Rig Vedas vermeldt dat God één Almachtige realiteit is, welke door geleerden bij verschillende namen wordt genoemd. God wordt Indra genoemd, omdat Hij de Almachtige is. We noemen God Mitra, omdat Hij de vriend van allen is. Hij houdt van iedereen en is het waard om geliefd te zijn door allen. Hij wordt aangeroepen als Varuna, omdat Hij de beste is en Heiligste van alles, de Oppermachtige Majesteit van de Kosmos. Hij wordt Agni  genoemd, wat Glorieus betekent. Hij wordt aangeroepen als Divya, omdat Hij Glansrijke en Hemelse Heilige Licht attributen bezit. Hij wordt Garutman genoemd omdat Hij de Machtige Universele Hemelse geest.  

Hij wordt beschreven als Yama omdat Hij, rechtvaardig is, rechtvaardigheid toedient en alle wezens beloont of straft gericht op de situatie. Zijn oordeel van rechtvaardigheid is ideaal en perfect. Hij wordt Matarishvan genoemd, omdat Hij het levensenergie is van de Kosmos. Kortom, God heeft ontelbare namen om Zijn oneindige attributen, eigenschappen en functies aan te geven.

Hieronder volgen nog relevante teksten vanuit de Vedas (zonder Nederlandse vertaling)
CONCLUSIE:
We hebben gezien dat de Vedas de belangrijkste geschriften zijn binnen het Hindoeïsme. We hebben daarom het concept van God vanuit de Vedas bekeken en laten zien dat een echte Hindoe dient te geloven in God op de manier zoals de Vedas deze beschrijft. In het kort komt het erop neer dat de Hindoe slechts mag geloven in 1 God en Hem in de zuiverste vorm dient te aanbidden. Dit betekent: God aanbidden zonder dat men tot een beeld, afbeelding of tot iets van de schepping bidt. Dit is ten strengste verboden en zal zorgen voor een zware bestraffing en vernietiging in het hiernamaals. Als we deze verzen serieus bekijken en begrijpen zien we dat het Hindoeïsme van oorsprong een Monotheïstisch geloofsovertuiging is (het geloven in en het aanbidden van één ongeziene God). De eigenschappen van God zoals deze in de geschriften voorkomt sluit nauw aan bij de Eigenschappen van God, zoals deze in de grootste geloven in de wereld worden verkondigd (het Jodendom, het christendom, de Islam). God kan niet gevisualiseerd (zichtbaar of voorstelbaar gemaakt) en aanbeden worden via beelden en vormen. Een ieder die dit wel doet binnen het Hindoeïsme, zou de regelgeving van zijn/haar religieuze boeken moeten opvolgen en stoppen met dit te doen. Het is ook logisch dat ook het Hindoeïsme dit voorschrijft. Niemand heeft God ooit gezien, waardoor het ook logisch is dat niemand een beeld van God kan maken en vervolgens zeggen: Zo ziet God eruit. Dit is een mate van bedrog van mensen in die zin dat zij jou een bepaald beeld (beeltenis) van God wil opdringen terwijl de geschriften zelf getuigen dat dit een onmogelijkheid is. Kan het zijn dat deze mensen fortuinen verdienen aan het maken, kopen en verkopen van beelden en plaatjes van God? Zijn we zo laag als mens gezonken dat we nu God als handelswaar gebruiken? Laten we terugkeren naar het aanbidden van God zoals God wilt dat we Hem zien en aanbidden zoals God wilt dat wij Hem aanbidden. Laten we stoppen met het aanbidden van goden en beelden waarvoor God geen enkele toestemming heeft gegeven om deze te aanbidden zodat Hij tevreden met ons kan zijn en ons zal behoeden voor Ziin bestraffing. Onze hedendaagse Hindoe broeders en zusters worden dus vriendelijk maar dringend opgeroepen om te stoppen met het aanbidden van de materiele zaken (lees beelden, stenen, afbeeldingen etc.) en terug te keren naar het aanbidden van God in Zijn werkelijke vorm zoals deze ook in de Vedas beschreven staat.
Quran 112:1-4
112-1 Say, "He is Allah, [who is] One,
112-2 Allah, the Eternal Refuge.
112-3 He neither begets nor is born,
112-4 Nor is there to Him any equivalent."
Koran 112:1-4
Zeg: Hij is Allah, de Enige (Ahad)
(Hij is) Allah, de Onafhankelijke
Hij verwekt niet, noch is Hij verwekt
En er is niets gelijk aan Hem
Quran 112:1-4
112-1 Say, "He is Allah, [who is] One,
112-2 Allah, the Eternal Refuge.
112-3 He neither begets nor is born,
112-4 Nor is there to Him any equivalent."
Quran 112:1-4
112-1 Say, "He is Allah, [who is] One,
112-2 Allah, the Eternal Refuge.
112-3 He neither begets nor is born,
112-4 Nor is there to Him any equivalent."
Koran 112:1-4
Zeg: Hij is Allah, de Enige (Ahad)
(Hij is) Allah, de Onafhankelijke
Hij verwekt niet, noch is Hij verwekt
En er is niets gelijk aan Hem
Terug naar de inhoud